skip to Main Content

Persoonlijk leiderschap

Er zat een grote, vriendelijke man tegenover me. Hij had in het verleden een periode aan de kunstacademie en een blauwe maandag aan het Conservatorium gestudeerd en daarna veel gereisd. Hij noemde het de ‘flierefluit-fase.’
Nu had hij al weer jaren een internationale functie bij een Amerikaans bedrijf. Hij had zich, ondanks zijn beperkte opleiding, in de loop der tijd een weg door dit bedrijf gelaveerd. Hij was nu vastgelopen.
De metafoor die hij gebruikte was dat zijn hart vroeger stevig klopte, maar de laatste tijd een drilpudding was; het fibrilleerde net genoeg om de zaak draaiende te houden.

Wat speelde er?

Het product waar hij binnen de organisatie verantwoordelijk voor was, werd niet verder ontwikkeld; er werden nu andere dingen van hem verwacht. Hij had een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen wat hij linkte aan het feit dat hij na het behalen van zijn VWO diploma nooit iets had afgemaakt en niets had om op terug te vallen. Daarnaast had hij een sterke behoefte aan waardering van anderen. Hij wilde aardig gevonden worden en was bang voor afwijzingen. Zeker nu de druk op zijn werk toenam, voelde hij zich slecht op zijn gemak en trok hij zich steeds meer terug.
Daarmee verloor hij de regie!
Belangrijke oorzaak: hij was 14 jaar toen zijn ouders scheidden. Zijn vader had hem nadien niet meer willen zien en had ook niet gereageerd op een brief van zijn zoon. Zijn conclusie: ” het is een eikel van een vent en ik heb hem niet meer nodig.” Echter, onbewust wilde hij zijn vader bewijzen dat hij wél de moeite waard was. Hij zei dat hij afstand van zijn vader had genomen, maar in werkelijkheid zat hij nog vast aan hem.
Na zijn doelen voor het traject te hebben geformuleerd zijn we aan de slag gegaan.
In de sessies werd hem duidelijk dat hij als overlevingsstrategie, zich pantserde, nooit twijfel of kwetsbaarheid toonde en conflicten zoveel mogelijk uit de weg ging. Hij besefte dat hij van zichzelf vervreemd was geraakt. Hij beschreef het als: “ik ben een heel eind bij mezelf vandaan.” Een belangrijk besef!
In managementtermen: van ‘onbewust onbekwaam’werd hij ‘bewust onbekwaam.’ Vervolgens maakt hij de stap naar ‘bewust bekwaam.’ Daarnaast hielpen oefeningen hem om scherp te krijgen waar zijn drive lag in het werk en wat zijn kernwaarden waren. Hij werd zich veel meer bewust van zijn kwaliteiten en zijn behoeftes. Hij merkte dat zijn hart weer echt begon te kloppen en dat hij zelf de regie weer in handen had!
Moraal van dit verhaal: we hebben vanuit eerdere fases in ons leven overlevingsstrategieën ontwikkeld. En het woord zegt het al; het is overleven en niet leven. Vroeg of laat werken die strategieën niet meer. Ze hebben ons lange tijd beschermd, maar werken nu contraproductief. Het is een doodlopende weg. Er is moed voor nodig om dit te onderkennen bij onszelf en vervolgens een nieuwe weg in te slaan. Moed is angst voelen en toch doen.
Wie durft?!
Back To Top